
Feestrede bij de uitreiking van de Mechelse Geuzenpenning aan Frans Walravens, op de Dag van het Mechels Humanisme, zaterdag 21 mei 2011.
Geachte genodigden, vrienden van Frans Walravens, Collega’s-Humanisten, en bovenal, beste Frans en Angela,
Niet toevallig wordt de uitreiking van de Geuzenpenning vandaag op het Feest van het Mechelse Humanisme gedaan. Want een overtuigde vrijzinnige is niet bang de gemeenschappelijke humanistische waarden samen met mensen van andere levensbeschouwingen in de praktijk om te zetten. Vrijzinnigheid is immers veel meer dan ‘niet geloven in een god’.
Het Geuzenbegrip zoals we dat vandaag koesteren, gaat overigens terug naar de opvattingen van de aanhangers van de Reformatie uit de zestiende eeuw. Op 5 april 1566 verdedigt Willem van Oranje namens het Verbond der Edelen in een brief aan Margaretha van Parma de godsdienstige tolerantie. Haar raadgever Berlaymont typeert die edelen als “gueux” (bedelaars). Hieruit ontstaat later de naam “Geuzen”.Voor de meesten was geus zijn: vrijzinnig in de courante betekenis van het woord. Of zoals ik het graag zeg, vrij, maar zinnig, en beide nauw verstrengeld.
Beste Frans, er is vandaag een afwezige die er heel graag bij had geweest. Je zoon Jan. Hij moest evenwel naar een congres in het buitenland. Maar hij is hier toch aanwezig. Zijn aanvoelen van jou zit namelijk hier en daar verwerkt in wat ik ga zeggen. Voortvloeiend uit een gesprek zoals jij dat plezierig zou gevonden hebben. Direct, open, zonder franjes, maar correct. Jouw invloed is voelbaar. En daarmee is Jan ook een beetje hier.
Frans, recent stelde jij nog ten toon in het VOC , tezamen met werk van Gilbert van Hool. Zij die de werken bekeken, hebben het ervaren. Je werk spreekt. Zij die dat niet gedaan hebben krijgen nog alle kans. Een wandeling door Mechelen levert al een schat aan beelden op. Letterlijk dan. Via je werk spreek je tot de wereld. Ik citeer uit een interview van Mieke Drossaert:
‘Een kunstenaar die me biezonder aanspreekt, is de Mechelse beeldhouwer Frans Walravens: Een machtig temperament, een fundamentele verbondenheid met de natuur en een grote elementaire eenvoud; hij beeldt menselijke figuren uit, ontdaan van elk overbodig ornament en komt zo tot uitgepuurde vormen.’
Over je beelden kan een uitvoerig en mooi verhaal verteld worden, vertrekkend van de materialen, over de stijl, de uitvoering, naar wat de toeschouwer aanspreekt, tot de beïnvloeding van ieders gedachtegoed toe, over de grenzen heen. En over de invloed die je uitoefende op tal van andere kunstenaars, door je artistieke talent, door je woorden, door jouw voorbeelden. Maar ik ben een kunstliefhebber, geen -criticus, en dus waag ik me niet op dat overigens glibberige pad, dikwijls gevuld met eigendunk van de criticus zelf.
Nee, ik ga liever op zoek naar Frans Walravens, de vrijzinnig-humanist, de mens.
In gesprekken ben je altijd zeer minzaam, niet overdonderend, en ook niet breedvoerig. Open, en correct, dat wel. Maar met een enorme, luisterende bescheidenheid. Moeilijk te beschrijven. Dus vroeg ik zoon Jan of je ook zo was binnen de familiekring. En uit zijn antwoord kwam vooral de vrijzinnig-humanist naar voor. Een strijdlustige vrijzinnige. Ja, meestal ben je zeer minzaam, zeer rustig, een mens die tevreden is met zijn wereld.
Maar af en toe wordt je hevig, wanneer bepaalde zaken of gebeurtenissen je storen. Dan ben je zeer gebeten en gedreven. Welke zaken storen je? Onrechtvaardigheden in de wereld rondom jou, beknotting van menselijke vrijheden en rechten, dommigheden van mensen, het verdoezelen van zaken die fout zijn.
In je jonge jaren ging dat soms gepaard met energieke uitbarstingen. Was het niet wijlen Jef Raedemaekers die in een overigens lovende toespraak lang geleden zich herinnerde dat je op een bepaald ogenblik, toen er in je klas verkeerde dingen gebeurden, een klomp klei door het lokaal gooide. Je was blijkbaar altijd al gedreven, zowel op professioneel vlak als op levensbeschouwelijk vlak.
Je hebt over onrechtvaardigheden, over verkeerde zaken, altijd een mening, maar een mening die bedachtzaam is, en goed geformuleerd. Je benadert een onderwerp, ook als het heikel is, direct, zonder omwegen, maar wel met argumenten. En deze argumenten bouwen op een verleden. In een moeilijke context, een waarbij je je samenhang met je familie kon verliezen en deels verloor, ging jij immers als vrijdenker een andere koers varen dan de rest, een koers die jij de juiste achtte. Een koers waar de mens zichzelf en zijn wereld moet vooruit helpen, en niet alle heil moet zoeken in een geloof. Je aversie, tegen de macht van het geloof, hoe dit de mens kan verzwakken, en hoe het keer op keer misbruikt werd, die aversie was groot, zeer groot.
Beste mensen, maakt dit Frans tot een zogeheten papenvreter? Volgt hij de leuze van de zestiende-eeuwse Watergeuzen, met hun Geuzenpenningen waarop stond ‘liever Turks dan paaps’? Nee, zeer zeker niet. Frans erkent dat bvb pastoors ook veel zinnige dingen doen. Maar hij ziet van medailles altijd de twee kanten. En hij maakt bovendien een sterk onderscheid tussen instituten die blindelings te volgen regels van een leer opleggen, en de individuen die er deel van uitmaken, maar zinvolle dingen doen, soms tegen die regels in. En hij heeft dat ook altijd benoemt, zonder schroom, het goede zowel als het slechte.
Een vrijzinnig- humanist is echter ook iemand die van het leven met mensen houdt. En ook dat aspect is ten volle aanwezig.
Het jaar 2005, thuis bij Walter Smedts, Ondervoorzitter van Vrijzinnig Mechelen. Een etentje met de vrienden. Frans en Angela behoorden tot de gasten. Ik mocht samen met gastvrouw Josiane spijzen bereiden. Walter ontfermde zich over de wijn. Het was lekker, en de avond was leuk. Maar wat me is bijgebleven is de intensiteit van het plezier van Frans en Angela,.en de intensiteit en de menselijkheid van de gesprekken met elk van hen. Dat oprechte plezier, dat straalde van hen af. Angela vertelde me stiekem dat ze zo blij was dat Frans zich zo amuseerde. En wat later fluisterde Frans me toe dat het hem erg plezierde dat Angela het zo fijn vond.
De laatste jaren speelt Angela trouwens een steeds prominentere rol in het leven van Frans. Men mag stellen dat ze in de laatste jaren alles ‘samen gedaan’ doen. Zo worden alle werken van Frans begeleid door een gedicht van de hand van Angela.
Een laatste bemerking. De Mechelse Geuzenpenning wordt gegeven aan iemand die vanuit het vrijzinnig-humanistisch gedachtengoed invloed heeft uitgeoefend. Ook aan dat criterium voldoet Frans Walravens. Ik zou het me opnieuw gemakkelijk kunnen maken en verwijzen naar zijn talrijke werken, naar hun uitstraling die zowel beroert als doet nadenken over de mens en zijn handelen. Dat alleen al zou volstaan.
Maar er is meer. Frans bezit die zeldzame chemie die maakt dat mensen luisteren. Hij spreekt zonder opdringerigheid, maar dwingt tot luisteren, en overtuigt met rede. Zijn argumenten komen voort uit nadenken over het onderdrukkend geloof dat hij heeft moeten ondergaan, de wil om er mee te breken, en tenslotte, om er tegen in te gaan. Frans Walravens beïnvloedt de wereld rondom hem met en door zijn vrijzinnig-humanistische waarden. Zoals het een vrijzinnig-humanist betaamt: vanuit het hart, maar gedragen door de geest, en zonder veel trompetgeschal.
Frans, de Raad van Bestuur ziet in jou een vrijzinnig-humanist die de Mechelse Geuzenpenning ten volle verdient. Je mag je voegen bij de club van Frans Van der Vorst, Joke Bergsma-Stips, het Comité Feest Vrijzinnige Jeugd en andere illustere voorgangers zoals Frans Van Den Brande, Paul Van Camp, Georgette Longree en François Narmon. Van harte proficiat!
Jean-Pierre De Greve
Voorzitter Vrijzinnig Mechelen
terug naar nieuws